FAIL (the browser should render some flash content, not this).




Suriname is een republiek aan de noordoostkust van Zuid-Amerika.

Het grenst in het oosten aan Frans-Guyana, in het westen aan Guyana (voormalig Brits Guiana), in het zuiden aan Brazilië en in het noorden aan de Atlantische Oceaan. Het land is 163.820 km² groot en heeft een kustlijn van 386 km.


Natuur
Suriname kent een grote verscheidenheid aan flora en fauna. Nog altijd is het overgrote deel van Suriname met oerwoud bedekt. Dit oerwoud maakt deel uit van het grootste tropische regenwoud op aarde, het Amazone-regenwoud, waarvan het grootste deel op Braziliaans grondgebied ligt. Het Surinaamse binnenland is daarom een geliefd studieoord voor biologen uit de gehele wereld. Op het strand bij Galibi bevinden zich bijzondere populaties zeeschildpadden die door de locale bevolking Aitkanti genoemd wordt. Dit is de lederschildpad (Leatherback), de meest voorkomende schildpad; hiernaast komen nog een aantal ander soorten voor.

Geschiedenis
De eerste kolonisatie vond vanaf 1650 plaats door de Britten. Tijdens de Tweede Engelse Oorlog werd Suriname in 1667 door Abraham Crijnssen veroverd op de Engelsen. Bij de Vrede van Breda zagen de Nederlanders voorlopig af van de teruggave van de door de Britten ingenomen Nederlandse kolonie Nieuw-Nederland (de huidige staat New York); op hun beurt eisten de Engelsen niet meteen dat Suriname ontruimd zou worden. Men spreekt hierom wel van een "ruil" van beide gebieden. Na de Derde Engelse Oorlog werd deze feitelijke toestand in 1674 de officiële door de Vrede van Westminster. In 1683 werd de Sociëteit van Suriname opgericht. De eerste gouverneur van Suriname onder het bewind van de Sociëteit was Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck. Hij had éénderde van de rechten op Suriname aangekocht. De stad Amsterdam en de West-Indische Compagnie bezaten daarnaast ieder eenderde. Aan het einde van de 18e eeuw ging de WIC failliet en de familie Van Aerssen verkocht haar bezit. Amsterdam was toen de enige belanghebbende. De naburige koloniën Berbice en Essequibo, ongeveer het huidige Guyana, werden reeds enkele decennia gekoloniseerd door Nederlanders. Suriname, Berbice en Essequibo vormen het zogenaamde Nederlands Guiana.

Samenstelling
De Surinaamse bevolking bestaat uit een mengsel van verschillende etnische groepen:
Indianen, de oorspronkelijke bewoners van Suriname. Zij wonen vooral in de districten Paramaribo, Wanica, Marowijne en Sipaliwini. Te onderscheiden in:
Bovenlandse indianen: onder andere de Trio, Akuriyo en Wayana in het zuiden, en de Warau in het westen.
Benedenlandse indianen: de Arowakken en de Karaïben.
Typering: De indianen leven van kleinschalige landbouw, visserij en jacht en op bescheiden niveau van kunstzinnige nijverheid. Veel jongeren trekken naar Paramaribo. Godsdienst: de Trio zijn sinds eind jaren '60 van de 20e eeuw overwegend christen. Ook onder de Akuriyo en sommige andere stammen vindt men christenen. De overigen hangen traditionele natuurgodsdiensten aan, waarbij geesten- en voorouderverering een grote plaats innemen.
Hindoestanen, nakomelingen van Aziatische 'contractarbeiders' uit het toenmalige Brits-Indië. Zij bewonen voornamelijk de districten Wanica, Paramaribo en Nickerie.
Typering: overwegend werkzaam in administratie en handel, kleine landbouwers. Godsdienst: overwegend aanhangers van het

Hindoeïsme, circa 10 % is moslim.
Creolen, afstammelingen van ingevoerde slaven uit Afrika.
Typering: overwegend werkzaam in administratieve banen en in de mijnbouw. Hun gezinsstructuur vertoont sterk matriarchale trekken. Godsdienst: overwegend christendom. Woongebieden: voornamelijk de districten Paramaribo, Coronie en Wanica (stadscreolen).

Bosnegers (Busnengre) of Marrons, nakomelingen van gevluchte Afrikaanse slaven, worden ook wel met een minder correcte term boslandcreolen genoemd. Aukaners (Ndyuka), Saramakaners, Paramakaners, Kwinti en Matawai, bewoonden afgelegen bosgebieden (Brokopondo, Marowijne, Saramacca), maar trokken later door de openlegging van het binnenland maar ook als gevolg van de binnenlandse oorlog tussen het Nationaal Leger van Desi Bouterse en het rebellenleger van Ronnie Brunswijk in de jaren tachtig, naar Paramaribo en andere plaatsen.
Typering: landbouwers (kostgrondje), handelaars.

Godsdienst: de als cultureel erfgoed uit Afrika meegenomen winticultuur; geesten- en voorouderverering, Winti geloof valt uitéén in verering van (natuur)geesten oftewel Halfgoden/natuurgoden (pikin gado) en geesten van overledenen (jorka's), ook is er een alomtegenwoordige god (gran gado), Anana genaamd. Ook 'wisi' wat de toepassing van winti is voor slechte dingen (hekserij/magie) behoort tot het cultureel erfgoed, verder wordt Fanowdu wroko, volkswijsheid voor genezing, reiniging van lichaam en geest uitgevoerd. Matrilineaire verwantschapsstructuur.

Javanen, nakomelingen van de contractarbeiders uit het toenmalige Nederlands-Indië. Het district Commewijne wordt van oudsher overwegend bevolkt door Javanen. Een aantal plaatsen binnen het district hebben zelfs Javaanse namen. Daarnaast wonen velen van hen in Lelydorp en in de districten Paramaribo en Wanica.
Typering: Overwegend kleine landbouwers, handelaars. Sterke onderlinge harmonie, roekoen genoemd. Godsdienst: overwegend moslim, daarnaast beoefenaars van geesten- en voorouderverering.

Chinezen, nakomelingen van contractarbeiders uit Hongkong of Nederlands-Indië. Chinezen wonen voornamelijk in de districten Paramaribo en Wanica. Veelal handelaars. Heden ten dage is er een toename van migratie vanuit China naar Suriname. De sterk groeiende behoefte van China naar bijvoorbeeld hout en mineralen maakt Suriname zeer aantrekkelijk voor Chinese ondernemers.

Blanken (nakomelingen van de Nederlanders, Portugezen uit Madeira en andere Europeanen, Libanezen, Syriërs en Anglo-Amerikanen). Hun invloed op de samenleving is groter dan hun aantal (ca. 1 %). Zij wonen vooral in de districten Paramaribo en Wanica. Godsdienst: voornamelijk christen, sommigen moslim. De blanken die recentelijk in Suriname zijn komen wonen, of geen gemengd bloed hebben, staan bekend als bakra's. De afstammelingen van de blanke kolonisten die in het midden van de 19e eeuw uit Groningen en Gelderland kwamen, staan bekend als boeroe's.

Nakomelingen van voornamelijk Sefardische Joden maar ook Asjkenazische Joden. In hun geschiedenis speelt de Jodensavanne een grote rol. Godsdienst: Overwegend aanhangers van de joodse godsdienst (Joodse Synagoge in Paramaribo).

Een nieuwe en groeiende groep inwoners van Suriname zijn de Brazilianen. Aanvankelijk waren ze naar Suriname gekomen om goud te zoeken, maar steeds meer nemen ze actief deel in andere branches.

Bij de zevende volkstelling in 2004 waren de verhoudingen tussen de grootste bevolkingsgroepen als volgt:
27,4 % Hindoestanen
17,7 % Creolen
14,7 % Bosnegers of Marrons
14,6 % Javanen
12,5 % Gemengde afkomst
6,5 % Andere groepen
6,6 % Geen gegevens

De bevolkingsgroepen onderling zijn op cultureel, politiek en sociaal niveau weinig geassimileerd.Dit is grotendeels een gevolg van de koloniale arbeidspolitiek die gericht was op het behoud van het plantagesysteem. Politieke patijvorming wordt sinds jaar bepaald door een strijd om de macht tussen de grootste bevolkingsgroepen: de Creolen, de Hindoestanen en de Javanen. Religieuze en etnische scheidslijnen lopen vrijwel parallel.